Imagoschade. Doet u mee?

Of er sprake is van een slecht imago in de bouwbranche? Met een groeiende economie en het stijgende vraag en aanbod lijkt dat toch inmiddels wel verleden tijd? Helaas blijkt het slechte imago op allerlei fronten alleen maar toe te nemen.

Nog regelmatig komen in de sociale media (negatieve) berichten van bouwprojecten voorbij. Discussies of problemen die uit de hand zijn gelopen tussen de verschillende partijen: aannemer en opdrachtgever of aannemer en onderaannemers. In veel gevallen wordt de aannemer in een kwaad daglicht gesteld. Bij veel mensen die nieuwbouwplannen hebben,  zorgt dit voor onzekerheid.

Nu is elk geval een verhaal op zich. Toch is het opvallend dat we in deze tijd nog steeds met een imagoprobleem kampen. Hoe kan dat? Gaan opdrachtgevers bij het zoeken naar een aannemer er al van uit dat een aannemer het niet goed gaat doen? En zoeken we slechts de bevestiging? Ik ben bang van niet. Het gaat (helaas) structureel mis in de bouw, en wel om de volgende redenen:

 

Mind-set

 Ik ben er van overtuigd dat de mind-set moet veranderen in de bouw. Medewerkers die bij een aannemer in dienst zijn, bestaan inmiddels uit een gemêleerd gezelschap. Waarin zowel praktisch- als theoretisch opgeleide mensen met elkaar samenwerken.

Een positieve ontwikkeling zou je denken, maar waarom blijft het imago dan dubieus?

Waar aannemers zich hebben verbetert qua knowhow is het misschien bij architecten andersom gegaan. In de opleiding van architecten worden voornamelijk de creatieve vaardigheden gestimuleerd. Wat zeker erg belangrijk is. Mooie gebouwen verrijken immers de bebouwde omgeving waar we tegenaan kijken. Een goede inpassing in de omgeving en afstemming op de bestaande bebouwing zijn hierbij extra uitdagingen. Ik geloof ook zeker dat  voor de toekomst daar de kracht ligt van de architecten. Ik denk echter dat bij de huidige architectuur het échte bouwen helaas steeds minder aan bod komt.

Want welk architectenbureau heeft medewerkers die vanuit een ambacht komen?  Decennia geleden was dit nog een groot deel, maar dit aantal neemt hard af. Toch wordt in de traditionele aanbestedingsvorm van een architect verlangd het project geheel uit te werken alvorens een aannemer betrokken wordt. Architecten blijven dit stug aanbieden bij de klant. Nu is dit bij bepaalde complexe projecten misschien ook wel verstandig, maar bij de meeste projecten werkt dit, mijns inziens, averechts.

Met de afnemende praktische ervaring en technische kennis moeten de architecten verschillende adviseurs betrekken, die elk hun specialisatie hebben. Het integraal afstemmen van de stukken die de verschillende adviseurs gemaakt hebben is dan nog complexer en gaat ook veel fout. Dit zijn de stukken waarop aannemers hun aanbieding moeten baseren, vaak middels een formele aanbesteding. Tegenstrijdigheden of hiaten constateren tijdens de aanbestedingsfase lukt dan ten dele. Dat betekent dat andere zaken pas in voorbereiding of tijdens realisatie aan het licht komen, met mogelijke discussies tot gevolg. Het roemruchte meer en minder werk komt dan ook om de hoek kijken.

Daar waar het voor bepaalde opdrachtgevers gebruikelijk is om met de architect te beginnen, denk ik dat het bedrijf, wat de realisatie van het project zal behartigen, als eerste mét de opdrachtgever om tafel moet zitten. Concreet bedoel ik dan de aannemer. Zij kunnen aanhoren wat de vraag van de klant is. Zo kan er direct aangegeven worden welke stukken er nodig zijn en wie dat kan verzorgen. Er worden dan slechts de noodzakelijk onderdelen uitgezocht, waarbij het een stuk makkelijker wordt om het integraal op elkaar afgestemd te krijgen. Zo kan er bijvoorbeeld worden voorkomen dat een opdrachtgever met een ontwerp bij een aannemer terecht komt, en de aannemer (weer) het slechte nieuws mag brengen, dat het ontwerp niet binnen het gewenste budget gerealiseerd kan worden.

Mogelijk zijn nog niet alle aannemers op deze werkwijze voorbereid. Er zijn ongetwijfeld architectenbureaus die met hun ervaring die bedrijven kunnen bijstaan. We werken allen naar een gezamenlijk doel: de klant ontzorgen en zorg dragen voor een prettig bouwproces.

 

Tekort aan (bouw)personeel?

Ik durf ook te stellen dat er geen tekort aan mensen in de bouw zal zijn, wanneer deze werkwijze geïntroduceerd én gehanteerd word. Als architecten en aannemers vanaf het begin samenwerken, worden de uitgangspunten al in de beginfase afgestemd. Dat betekent dat er tijdens de voorbereiding en realisatie aanzienlijk minder discussies ontstaan. Ook behoeven er geen onnodige adviseurs ingeschakeld te worden als de aannemer (bijgestaan door een specifieke onderaannemer) hier net zo goed een rol in kan vervullen. Die bijkomende kosten kunnen dan bespaard worden en zo kan de focus liggen op het toevoegen van waarde aan het bouwwerk. Een klant heeft immers niets aan deze stukken en vraagt vooral om een mooi en kwalitatief goed gebouw. Het voordeel is dan ook, dat we een ieder laten doen waar hij goed in is.

Betekent dit dat we daarmee alle problemen in onze branche opgelost hebben? Helaas niet. Berichten van fraude en oplichting komen nog teveel voorbij in de media. Hoe dit opgelost kan worden is complex. In de voorbeelden die voorbijkomen zijn betreft het vaak “dubieuze” personen. Ook van hun bedrijf blijkt dan niet veel te kloppen.

Opdrachtgevers kunnen zowel de persoon als het bedrijf tot op zekere hoogte checken. Het lijkt mij altijd verstandig om naar referenties te vragen en deze (gedeeltelijk) te controleren, juist fysiek. Dan kun je het beste zien waartoe een bedrijf in staat is.

 

Als we in onze branche de krachten bundelen, de focus leggen op de belangen die we met de klant gemeen hebben en de gemaakt afspraken nakomen: dan ben ik er overtuigd dat we spoedig een beter imago hebben.

         Doet u mee?